Fintech-bedrijven zitten in een lastige spagaat: ze moeten sneller bouwen en itereren dan een traditionele bank, maar worden qua beveiligingseisen vaak in hetzelfde regime geplaatst. Een pentest voor een fintech-platform verschilt daarom op een paar belangrijke punten van een pentest voor een gemiddelde webapplicatie, en wie dat verschil niet kent, koopt al snel een test die niet aansluit op het echte risico.
Je test niet alleen de applicatie, maar de geldstroom
Bij een webshop is een kwetsbaarheid vervelend. Bij een fintech-platform kan een kwetsbaarheid direct leiden tot geldverlies, fraude of het omzeilen van limieten en controles. Dat verandert de scope van een pentest: naast de gebruikelijke applicatiebeveiliging (authenticatie, sessiebeheer, invoervalidatie) moet er expliciet aandacht zijn voor businesslogica. Kun je transacties manipuleren door requests te herhalen of volgordes om te draaien? Zijn er race conditions rond saldo’s of limieten? Is er een manier om goedkeuringsstappen te omzeilen?
Dit soort kwetsbaarheden vind je zelden met geautomatiseerde scanners. Ze vragen een tester die begrijpt hoe het financiële proces in elkaar zit, en die net zo goed denkt als een fraudeur als als een hacker.
API-beveiliging staat centraal
Vrijwel elk fintech-platform draait op API’s: naar banken, naar betaalproviders, naar KYC- en identiteitsverificatiediensten, en vaak naar eigen mobiele apps. Elke integratie is een potentiële ingang. Een gedegen API pentest richt zich specifiek op autorisatie tussen endpoints (kan gebruiker A bij de data van gebruiker B?), rate limiting, en hoe gevoelige data (BSN, rekeningnummers, transactiehistorie) door de keten beweegt.
Compliance is het startpunt, niet het eindpunt
Afhankelijk van het type dienst krijgt een fintech te maken met een combinatie van regelgeving: NIS2 voor digitale weerbaarheid, PCI DSS zodra er kaartgegevens worden verwerkt, en voor instellingen die onder toezicht van DNB of de AFM vallen, mogelijk ook DORA. Een pentest die alleen “het hokje aanvinkt” voor één van deze kaders, maar het achterliggende risico niet echt test, levert een vals gevoel van veiligheid op. Omgekeerd geldt: een goed uitgevoerde pentest voldoet vrijwel altijd automatisch aan de technische eisen van meerdere kaders tegelijk.
Snelheid van ontwikkelen vraagt om een ander ritme
Veel fintech-teams releasen wekelijks of zelfs dagelijks. Een pentest die één keer per jaar plaatsvindt, loopt dan voortdurend achter de feiten aan. In de praktijk werkt een combinatie het best: een grondige, jaarlijkse externe pentest op het hele platform, aangevuld met gerichte, kleinere assessments rond grote releases of nieuwe features zoals een nieuwe betaalflow of een nieuwe API-integratie.
Een voorbeeld: de valkuil van “technisch correct, functioneel lek”
Een veelvoorkomend scenario tijdens onze opdrachten: alle individuele API-calls zijn technisch prima beveiligd, met correcte authenticatie en validatie per aanvraag. Toch blijkt het mogelijk om een overboeking twee keer te laten verwerken door de bevestigingsaanvraag simpelweg opnieuw te versturen vlak voordat de eerste transactie is afgerond, een klassieke race condition. Geen enkele individuele regel in de code is “fout”, maar de combinatie van timing en ontbrekende idempotentie leidt tot een reëel financieel risico. Dit soort bevindingen duikt vrijwel alleen op bij testers die bewust op businesslogica jagen, niet bij een standaard geautomatiseerde scan.
Waar MonkeysICT op let bij fintech-opdrachten
Bij fintech-klanten combineren we applicatiebeveiliging altijd met een businesslogica-review: we kijken niet alleen of een functie technisch lek is, maar of het financiële proces errond te misbruiken valt. Dat vraagt om testers die het verschil kennen tussen “een kwetsbaarheid” en “een manier om geld weg te sluizen” — en die twee zijn bij fintech zelden hetzelfde.
